Bankgarantie en boedelvordering

0 Comments

De Hoge Raad deed uitspraak in een zaak waarin de zustermaatschappij van een onderaannemer een bankgarantie had gesteld voor de hoofdaannemer. Die trok de bankgarantie wegens het faillissement van de onderaannemer.

Later bleek dat de hoofdaannemer meer moest betalen aan de failliete vennootschap dan de laatste aan de hoofdaannemer moest betalen. De hoofdaannemer betaalde haar schuld, vermeerderd met het geld ontvangen uit de bankgarantie, aan de failliete boedel. De zustermaatschappij meende dat ze het geld van de bankgarantie terug moest ontvangen van de curator, omdat de boedel was verrijkt.

De Hoge Raad oordeelde echter dat de bankgarantie niet ten onrechte is getrokken als later blijkt dat de begunstigde een grotere betalingsverplichting heeft jegens de partij die de bankgarantie had laten stellen. De begunstigde hoeft het uit de bankgarantie ontvangen bedrag dan ook niet als onverschuldigd betaald terug te betalen.

Geneviève Galjé-Deckers,

7 januari 2021

 

Bron: ECLI:NL:HR:2020:1892

https://www.futd.nl/vakblad/juridisch-up-to-date/actueel